Boek een overnachting in Oostende

Concept - Het vlot. Kunst is (niet) eenzaam.

Einde oktober 2017 opent de opvolger van De Zee - salut d'honneur Jan Hoet (2015): in de tweede editie van deze driejaarlijkse internationale tentoonstelling staat "het vlot" centraal. Het vlot. Kunst is (niet) eenzaam / The Raft. Art is (not) Lonely gaat over het vaartuig en de vervoering van kunst.

De kunstenaar Jan Fabre werd begin dit jaar gevraagd als curator van deze nieuwe editie, een uitdaging die hij vol enthousiasme aangaat! Joanna De Vos zal het project co-cureren.

Théodore Géricault, le naufrage du radeau de Méduse (1818)  en Het vlot/Kunst is (niet)eenzaam/ The Raft/Art is (not) lonely (1986), de twee werken waaruit het gehele verhaal Het vlot. Kunst is (niet) eenzaam / The Raft. Art is (not) Lonely vertrekt.      

Een storm, een schipbreuk, een vlot op zee. Slechts enkele overlevenden klampen zich vast aan het leven. Ze willen overleven. Dit theatrale en semi-romantische beeld inspireerde menig achttiende en negentiende eeuwse kunstenaars. Turner bond zichzelf vast aan een mast van een zeilschip om aan den lijve te ondervinden hoe woest de stormen op zee konden zijn. Die impressies vertaalde hij rechtstreeks in zijn werk. Théodore Géricault was danig onder de indruk van een scheepsramp met de Medusa, een Franse fregat die in 1816 ten onder ging, dat hij de enkele overlevenden op een gebrikoleerd vlot in talloze potloodschetsen en met olieverf vereeuwigde.

De eenzaamheid, de angst en wanhoop, de drang om te overleven, om te leven en daarvoor desnoods een ander leven te nemen,… het zijn gruwelijke aspecten die ons door de negentiende en twintigste eeuw geschiedenis naar de actualiteit voeren. Menig kunstenaar waande zich eerder op dat vlot, trachtte zich die ontreddering en ontbering eigen te maken en te vertalen in een werk. Niet alleen de tragedie maar ook het avontuur is onlosmakelijk verbonden aan dit alles. De ontdekkingsreiziger die er nieuwsgierig op uit trekt!
Het Vlot van Medusa bracht een intellectuele en emotionele tirade teweeg toen Théodore Géricault het voor eerst presenteerde. De uitgekiende compositie waarbij hij inzoemt op het menselijk drama en het veranderde statuut van de kunstenaar, bleef vooral op het netvlies gebrand als een scherpe aanklacht tegen het koningshuis en een verdoken beschimping van slavernij. Die hevige reactie was toen niet zo vreemd, aangezien het de eerste keer was dat een kunstenaar zo expliciet inspeelde op een actueel thema. Het in vraag stellen van het establishment was not done. Maar wat was dan de artistieke dimensie die vanuit sociaal-politieke hoek overschaduwd werd? Géricault representeert met zijn vlot de desolaatheid van de kunstenaar van na het Ancien Régime die zich als het ware alleen op zee bevindt omdat het klassieke mecenaat stilaan verdween.

Dat die ‘totale creatieve vrijheid’ binnen het kader van de traditie en verstrikt in het opkomende amalgaam van kunststromingen over vele generaties tegelijk als een dreiging en een gift ervaren wordt, drukt Jan Fabre treffend uit met het manifest dat hij in zijn eigen bloed schreef. We lezen onder andere ‘Victory over chance. Every artist- animal for himself, like shipwrecked sailors’ (Jan Emiel Constant Fabre, Lyon 2001). 
De kunstenaar, hoewel alleen op zijn tocht, is niet eenzaam. Het is dubbel, enerzijds heeft de kunstenaar afzondering en inkeer nodig om zelf richting te geven, anderzijds drijft het vlot van de kunstenaar op het verlangen naar verbinding en spektakel. De verschillende stemmingen, deinend op hoop en wanhoop, belofte en beklemming, visie en verblinding, illusie en realiteit kunnen gedeeld worden via kunst. Kunst is (niet) eenzaam, de titel van een denkmodel uit de jaren tachtig, is een miniatuur-wereld die Jan Fabres visie op het kunstenaarschap vervoert.

Hij bouwde zijn vlot uit met een gymnasium, atletiekpiste en voetbalveld: gedeelde smart is halve smart. Hij verwijst naar het uithoudingsvermogen van hoop op noodlottigheid. Kunst en communiatie als drijfkracht naar een beloftevolle bestemming. 

Binnen deze thematiek en beschreven tentoonstellingsdramaturgie hebben Jan Fabre en Joanna De Vos  een aantal hedendaagse kunstenaars gevraagd  om een eigenzinnige invulling te geven aan de thematiek van het vlot.  Dit kon zowel met bestaand werk als met nieuwe producties die speciaal voor deze tentoonstelling gemaakt worden.  Het vlot / The Raft : het vlot als een monument ; een utopisch model ; een nalatenschap van manuele vervaardiging en het spoor van een fysiek proces ; het gegeven van experiment en expeditie ; het vlot historisch en/of actueel, poëtisch, maatschappelijk, politiek, poëtisch, nationaal of werelds, …
 

Joanna De Vos

Joanna De Vos

Joanna De Vos (Gent, 1983) is kunsthistorica en curator. Ze studeerde kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Gent en wijdde haar scriptie aan het mannelijk naakt gefotografeerd door vrouwen. Ze werkte voor het Internationaal Filmfestival van Vlaanderen-Gent en voor de collectie hedendaagse kunst van de Nationale Bank van België. In 2015 was ze curator van de grootschalige tentoonstelling Facing time. Rops/Fabre in Namen en op uitnodiging van de stad Firenze maakte ze met Melania Rossi Spiritual Guards (2016) in Forte Belvedere, in Palazzo Vecchio en op Piazza della Signoria, waarvoor meer dan 500.000 toeschouwers kwamen. Voor het Kasteel van Gaasbeek was ze curator van de internationale groepstentoonstelling The Artist/Knight (2017). Samen met Jan Fabre cureerde Joanna De Vos Het vlot. Kunst is (niet) eenzaam (2017), een driejaarlijkse thematische tentoonstelling in het stadsweefsel van Oostende. 

Jan Fabre

Jan Fabre

Ruim 35 jaar neemt Jan Fabre (1958, Antwerpen) een toonaangevende positie in als één van de meest innovatieve en belangwekkende personen uit de internationale hedendaagse kunst scene. Als beeldend kunstenaar, theatermaker en auteur heeft hij een hoogstpersoonlijke wereld gecreëerd met zijn eigen regels, wetten, personages, symbolen en motieven. Beïnvloed door het onderzoek van de entomologist Jean-Henri Fabre (1823-1915), was de kunstenaar reeds op jonge leeftijd gefascineerd door de wereld van de insecten en andere creaturen. Eind de jaren zeventig volgde hij een opleiding aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen en aan het Stedelijk Instituut voor Sierkunsten en Ambachten te Antwerpen, hij verkende manieren waarop hij het menselijke lichaam kon betrekken bij zijn onderzoek. Zijn eigen performances en acties, van 1976 tot op heden, zijn steeds essentieel geweest in zijn artistieke parcours. Jan Fabre’s taal bevat een verscheidenheid aan materialen en bevindt zich in een geheel eigen wereld, bevolkt door lichamen in een evenwicht tussen tegengestelden die zo het natuurlijk bestaan weten te definiëren. Metamorfose is een sleutelbegrip in Fabre’s denkpraktijk, waarbij de dierenwereld in constante interactie staat met het menselijk bestaan. Zijn universum ontplooit zich zowel in zijn auteursteksten als in zijn nachtelijke notities, welke gebundeld uitgegeven worden in de Nachtboeken. Als een conciliëntie kunstenaar heeft hij de performancekunst en het theater samengebracht. Jan Fabre heeft het idioom van het theater veranderd door real time en real action op het podium te brengen. Na zijn historische acht uur durende productie ‘Het is theater zoals te verwachten en voorzien was’ (1982) en de vier uren productie ‘De macht der theaterlijke dwaasheden’ (1984), bracht hij zijn werk tot een heel nieuw niveau met het uitzonderlijke en monumentale ‘Mount Olympus. To glorify the cult of tragedy, a 24-hour performance’ (2015).

Jan Fabre geniet erkenning van een wereldwijd publiek dankzij onder meer het kasteel Tivoli (1990) en permanente publieke werken op historisch belangrijke locaties, zoals Heaven of Delight (2002) in het Koninklijk Paleis te Brussel, De blik binnenin (Het Uur Blauw) (2011 – 2013) in de Koninklijke trap van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België en zijn laatste installatie in de Onze- Lieve-Vrouwe Kathedraal in Antwerpen met De man die het kruis draagt (2015).

Hij is bekend van solo tentoonstellingen zoals ‘Hortus / Corpus’ (Kröller-Müller Museum, Otterlo, 2011) en ‘Stigmata. Actions & Performances, 1976–2013’ (MAXXI, Rome, 2013; M HKA, Antwerpen, 2015; MAC, Lyon, 2016). Hij was de eerste levende kunstenaar die een grootschalige tentoonstelling presenteerde in het Louvre (‘L’ange de la métamorphose’, 2008). Het zeer gekende ensemble ‘Het Uur Blauw’ (1977 – 1992) werd reeds getoond in het Kunsthistorisches Museum in Wenen (2011), in het Musée d’Art Moderne van Saint-Etienne (2012) en in het Busan Museum of Art (2013). Zijn onderzoek naar the most sexy part of the body, het brein, werd gepresenteerd in de solo tentoonstellingen Anthropology of a planet (Palazzo Benzon, Venetië, 2007), From the Cellar to the Attic, From the Feet to the Brain (Kunsthaus Bregenz, 2008; Arsenale Novissimo, Venetië, 2009), en PIETAS (Nuova Scuola Grande di Santa Maria della Misericordia, Venetië, 2011; Parkloods Park Spoor Noord, Antwerpen, 2012). De twee reeksen mozaïeken, Tribute to Hieronymus Bosch in Congo (2011 – 2013) en Tribute to Belgian Congo (2010– 2013), gemaakt met de dekschilden van de juweelkever, zijn reeds getoond in het PinchukArtCentre in Kiev (2013), het Palais des Beaux-Arts in Rijsel (2013) en werd in 2016 getoond in ‘s-Hertogenbosch ter eren van de 500ste verjaardag van Hieronymus Bosch. Jan Fabre is eveneens uitgenodigd door dr. Mikhail Piotrovsky om een grootschalige tentoonstelling te creëren in The State Hermitage Museum in St. Petersburg. Met de tentoonstelling ‘Jan Fabre. Knight of Despair / Warrior of Beauty’ gaat de kunstenaar de dialoog aan met de meesters uit de Vlaamse kunst – Rubens, Jordaens, Van Dyck – zijn inspiratiebronnen.

Nog geen ticket?